Milieubewustzijn

De Digitale Dump

Niet alle vormen van hergebruik blijken ecologisch en sociaal verantwoord zijn. Wereldwijd kampen ontwikkelingslanden jaarlijks met 20 tot 50 miljoen ton elektrisch en elektronisch afval.

Dat wijst de studie “The Digital Dump”, uitgevoerd door de organisatie BAN (The Basel Action Network) en in oktober 2005 gepubliceerd, uit.

Deze studie bestudeert vooral de concrete situatie in Nigeria, een land dat massaal gebruikte computers importeert, om conclusies te trekken voor de algemene handel.

Nu u ervan overtuigd bent dat hergebruik van computers een van de meest doeltreffende en milieuvriendelijke oplossingen is tegen de stroom van afval die de snelst groeiende industrie ter wereld jaarlijks produceert, wil PUC u er toch op attent maken dat niet alle vormen van hergebruik ecologisch en sociaal verantwoord zijn.

"Wereldwijd kampt men jaarlijks met 20 tot 50 miljoen ton elektronisch afval. Bovendien groeit dit aantal aan een enorme snelheid."

Omdat de Westerse Wereld  met een aanzienlijke hoeveelheid producten zitten, die niet meer aan haar, maar misschien wel aan andermans behoeften voldoen, worden massa’s computers naar ontwikkelingslanden verzonden.

Wereldwijd kampt men jaarlijks met 20 tot 50 miljoen ton elektrisch en elektronisch afval. Bovendien groeit dit aantal aan een enorme snelheid. Terwijl in de Verenigde Staten in 2003 jaarlijks slechts 50 miljoen computers als onbruikbaar werden afgestempeld, zijn dat er nu 100 miljoen.

 

De vraag naar informatietechnologie groeit in de ontwikkelingslanden eveneens meer en meer, maar door het gebrek aan financiële middelen, kan aan die behoeften niet voldoen worden. Een mogelijkheid om die toch op te vullen, vinden ze in de verschillende Westerse bedrijfjes, die verantwoordelijk zijn voor de export van containers tweedehandscomputers, die in de industrielanden nauwelijks nog een toekomst hebben.

Deze handel lijkt een win-win situatie te zijn. De Westerse wereld geraakt op een milieuvriendelijke en solidaire manier van haar verouderd elektronisch materiaal af, en door tweedehandscomputers te importeren, geven ontwikkelingslanden armere lagen van de bevolking de kans om zich op een goedkope manier toch nog een computer te kunnen aanschaffen.

Toch blijkt deze situatie helemaal niet meer zo positief te zijn wanneer ze onder de loep wordt genomen. Dat wijst de studie “The Digital Dump”, uitgevoerd door de organisatie BAN (The Basel Action Network) en in oktober 2005 gepubliceerd, uit. Deze studie bestudeert vooral de concrete situatie in Nigeria, een land dat massaal gebruikte computers importeert, om conclusies te trekken voor de globale handel.

De groeiende export van gebruikte computers uit ontwikkelde landen gebeurt steeds vaker vanuit grote eigenbelangen, eerder dan vanuit altruïsme. De win-win situatie is daardoor een win-verlies situatie geworden.

Het excuus dat vaak gebruikt wordt ter verantwoording is het willen overbruggen van de digitale kloof, die tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen is ontstaan doordat ontwikkelingslanden de razendsnelle evolutie van informatica niet hebben kunnen bijhouden. Wat velen niet (willen) weten is dat door de digitale kloof te willen overbruggen, men een digitale dumping veroorzaakt.

"In Nigeria worden maandelijks zo’n 400.000 computers ingevoerd.

De ‘Digital Dump’ studie toont aan dat 75 % van dat geïmporteerd computermateriaal waardeloze rommel blijkt te zijn die niet meer hersteld of hergebruikt kan worden."

Veel van de informatica die in de derde wereld als ‘tweedehands’ wordt ingevoerd, blijkt eigenlijk niet-bruikbare afval te zijn. In Nigeria worden maandelijks zo’n 400.000 computers ingevoerd.

De studie toont aan dat 75 % van dat geïmporteerd computermateriaal waardeloze rommel blijkt te zijn die niet meer hersteld of hergebruikt kan worden.

Aangezien veel van onze oude computers schadelijke stoffen bevatten, blijft er voor de ontwikkelingslanden een gevaarlijke afvalberg over, die men niet op een veilige manier kan verwerken. Er bestaat immers geen degelijk recyclage management, waardoor veel van het kwalijk afval gestort wordt en schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater terechtkomen. Soms wordt het afval zelfs verbrand, wat voor de uitstoot van giftige chemicaliën zorgt, die de volksgezondheid serieuze schade berokkent.

In zekere zin is deze situatie ook een verlies-verlies situatie. Door het probleem van de afvalverwerking van elektronica naar de derde wereld te verschuiven, ontneemt de Westerse wereld zichzelf de mogelijkheid om een degelijk verwerkingsmanagement uit te bouwen om huidig en toekomstig giftig afval veilig, correct en milieuvriendelijk te verwerken.


Er ontstaat een laksheid, een onwil om degelijke infrastructuur te voorzien voor de recyclage van computerafval en om veiligere en meer zuivere technologieën en productieprocessen te ontwikkelen.

Naar aanleiding van deze illegale, soms onterecht legale praktijken die al lang voor de BAN-studie gekend waren, werd tijdens een conferentie in Zwitserland op 22 maart 1989 de Basel Conventie opgericht die een controle moest gaan uitoefenen op de grensoverstijgende beweging van schadelijk afval van ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden. Deze Conventie werd bekrachtigd op 5 mei 1992. Ze heeft haar eigen secretariaat in Genève.

Aanvankelijk kreeg ze veel kritiek van milieuorganisaties en ontwikkelingslanden wegens haar onbekwaamheid om iets aan de situatie te veranderen. In december 1994 keerde het tij echter en slaagde de organisatie erin om tijdens een tweede conferentie van 66 Basel-leden tot een consensus te komen die leidde tot een eerste officiële beslissing om het transport van schadelijk afval van leden van de OESO (Organisatie van de Economische Samenwerking en Ontwikkeling) naar niet-leden te verbieden. Ze ging van kracht op 31 december 1997.

Tegenstanders van de beslissing van 1994 meenden echter dat deze ban niet wettelijk bindend kon zijn, tenzij ze bekrachtigd werd met een amendement. Daarom leidde een derde conferentie met een consensus van 82 leden tot een tweede beslissing die wel wettelijk bindend was. Slechts enkele lidstaten (waaronder Australië) hebben acties ondernomen om de wet effectief na te leven. Vanwege dat gebrek aan bereidheid slaagt de wereld er maar niet in het probleem van de “Digital Dump” op te lossen. Haïti, Afghanistan en de Verenigde Staten hebben het verdrag zelfs nooit geratificeerd.

Of de huidige exportsituatie vandaag gunstiger is ervoor blijft gissen. Enerzijds is men zich nu meer bewust van de problematiek en doet men bijgevolg ook meer aan plichtsbewuste en verantwoorde recyclage, anderzijds zijn exportpraktijken nog steeds zeer voordelig voor Westerse landen. Bovendien blijven ze legaal in landen als Noord-Amerika.

"Door het strenger maken van het afvalbeleid in de ontwikkelde landen, riskeert men immers dat het probleem door de fabrikanten verschoven zal worden naar de ontwikkelingslanden."

Daarnaast vreest men dat door de invoering van de Europese WEEE richtlijn, of voluit de ‘Richtlijn omtrent afvalstoffen in elektrische en elektronische uitrusting’ (Waste Electrical and Electronic Equipment), steeds meer gevaarlijke stoffen in de bodem van ontwikkelingslanden terecht zullen komen.

Door het strenger maken van het afvalbeleid in de ontwikkelde landen, riskeert men immers dat het probleem door de fabrikanten verschoven zal worden naar de ontwikkelingslanden. Want, wanneer ze meer geld en moeite moeten besteden aan het legaal verwerken van hun elektronisch afval, zullen ze meer geneigd zijn ‘heimelijk’ hun boekje te buiten te gaan en de milieuvoorschriften te omzeilen door afval naar ontwikkelingslanden te sturen.

Deze evolutie zien we ook in Canada en de Verenigde Staten. Om computerafval weg te houden uit de bodem werden in 26 staten van de VS wetsontwerpen gemaakt betreffende het elektronisch afvalprobleem. Helaas vergeet de lokale overheid deze regels door te trekken naar internationaal gebied, zodat de export naar, en recyclage in het buitenland mogelijk blijft.


Milieubeleid is niet alleen een kwestie van goed of fout. Vaak zijn bepaalde methodes positief in de ene situatie en negatief in de andere. Er bestaat geen absolute maatstaf om de milieuvriendelijkheid van een bepaald product of een bepaalde handeling te meten.

Maar hoe zit dat nu met het hergebruik van computers? Wanneer kunnen we het toejuichen en wanneer moeten we er onze neus voor ophalen?

In de verschillende manieren om met afval om te gaan, bestaat er een bepaalde hiërarchie. Algemeen werd de volgende volgorde opgesteld, met de milieuvriendelijkste methode bovenaan:

  1. Reduceren
  2. Hergebruiken
  3. Herstellen
  4. Recycleren
  5. Storten

Hergebruiken is op het reduceren na, de milieuvriendelijkste manier om afval te verwerken. Bij reductie wordt onder andere vermeden dat goederen snel voorbijgestreefd of onnuttig zijn en worden giftige stoffen geweerd.

Hergebruik staat hoog genoteerd omdat het impliceert dat aan onze planeet minder grondstoffen onttrokken moeten worden. Wanneer een consument met een reeds gebruikt product geholpen kan worden, houdt dat immers in dat er voor die persoon geen nieuw toestel gemaakt moet worden, en men dus ook niet uit de voorraad grondstoffen moet putten.
Hetzelfde geldt voor het energiegebruik dat vermeden wordt bij het productie-uitstel.

Tenslotte zorgt hergebruik ook voor een lagere graad van vervuiling en biedt hergebruik economische en sociale voordelen. Aan gebruikte producten hangt immers een lager prijskaartje. Dit betekent dat computers die nieuw aan een relatief hoge prijs verkocht worden, nu toegankelijk zijn voor mensen met een lagere koopkracht en dus mee bijdragen tot het dichten van de digitale kloof.


Toch zijn er een aantal gevallen van hergebruik, waar ernstige vragen bij kunnen gesteld worden. Om doeltreffend en milieuvriendelijk hergebruik te kunnen organiseren, moet immers voldaan worden aan een aantal voorwaarden.

"Daarnaast moet erkend worden dat export met het oog op herstelling, eigenlijk export van afval is. Wanneer onderdelen vervangen moeten worden, moet men de oude onderdelen als afval verwerken."

Ten eerste moet het materiaal dat hergebruikt wordt grondig getest zijn, vooraleer het aan de tweede gebruiker wordt toegewezen. Men moet kunnen garanderen dat het toestel nog naar behoren functioneert of dat dit mogelijk is na reparatie. Indien men dus niet kan zeggen in welke staat de geïmporteerde computers in Nigeria verkeren, kan men ook niet spreken van een positieve, productieve, geslaagde vorm van hergebruik. Sterker, men moet het dan beschouwen als een vorm van afvalexport. Zonder certificatie, testen of het labelen van toestellen wordt gesproken van een maskeringseffect.

Ten tweede moet erkend worden dat export met het oog op herstelling, eigenlijk export van afval is. Wanneer onderdelen vervangen moeten worden, moet men de oude onderdelen immers sowieso als afval verwerken. Wanneer bijvoorbeeld een beeldscherm een nieuwe kathodestraalbuis nodig heeft, belandt de oude – die heel wat schadelijke stoffen bevat – onverbiddelijk op de storthoop. De Basel conventie houdt dan ook streng toezicht op deze vormen van export.

Bovendien is hergebruik een minder geschikte vorm van afvalmanagement bij producten die snel evolueren en dus ook snel afgeschreven zijn. Geëxporteerde computers zullen ook in ontwikkelingslanden maar een kort leven beschoren zijn. Na een korte tijd is het computermateriaal ook bij hen verouderd.

Zij blijven nadien echter wel met het schadelijke afval zitten, wij niet. De mogelijkheid tot hergebruik in ontwikkelingslanden loont dus niet echt de moeite. Integendeel, ontwikkelingslanden betalen er hoogst waarschijnlijk een heel grote milieuprijs voor, die niet in verhouding is.

De Basel conventie beschouwt in drie gevallen het geïmporteerd computermateriaal als illegaal:

  1. Het is schadelijk, wegens de grote hoeveelheid schadelijke stoffen in de onderdelen. Denk maar aan de loodhoudende printplaten en de schadelijke CRT-schermen.
  2. Meestal is computermateriaal niet getest op functionaliteit of op welke vorm van reparatie vereist is om het functioneel te maken. Daarom bestaat er onzekerheid over de vraag of men bruikbare computers of nutteloze afval heeft ingevoerd.
    Bij het exporteren van tweedehandsmateriaal zouden tests moeten uitwijzen of het gaat om materiaal dat bestemd is voor:
    - rechtstreeks hergebruik, zonder dat reparatie vereist is
    - afvaldumping of recyclage van afval
    - herstel
  3. Het materiaal stemt meestal niet overeen met de internationale regels voor schadelijk afval van de Basel conventie, de OESO, de Europese Unie.

Indien transport van tweedehandscomputers als illegaal wordt beschouwd, valt deze onder continue controle van de Basel conventie.

Alle informatie werd gehaald uit de studie 'The Digital Dump' die door BAN op 24 oktober 2005 werd gepubliceerd, behalve de alinea met deze verwijzing (*).

Bronnen:
http://www.ban.org/main/about_basel_conv.html
http://www.ban.org/main/about_Basel_Ban.html


Mocht u tegenargumenten, vragen of opmerkingen hebben op dit statement over computers en het milieu, aarzel dan niet om het ons te laten weten! Wij kijken uit naar reacties én tegenreacties.

Afdrukken

News portal

Copyright 2016 - PUC (Pro Used Computers). Alle rechten voorbehouden.
Ontwikkeling en integratie door FERENTIS - advies digitale media en online communicatie.